Interview nieuwe en oude voorzitter Raad van Toezicht

- Aantal reacties: 0

Op afstand en toch betrokken blijven

Onlangs vond een wisseling in de Raad van Toezicht plaats. Lidy van der Schaft nam afscheid. Nu is Jan Kees Meijers de nieuwe voorzitter. Een terugblik en een kennismaking. Wat speelt er in de Raad van Toezicht van Wilgaerden? ‘Toezichthouden is niet meer thuis een stapeltje papier doornemen en denken: wat vind ik daar nou van? Je zult in de dilemma’s moeten duiken.’

Om kennis te maken met Wilgaerden draaide Jan Kees Meijers, de nieuwe voorzitter van de RvT, een deel van de avonddienst mee in Kersenboogerd in Hoorn. Daar werd hij meteen geconfronteerd met een van de grootste veranderingen in de zorg van de afgelopen jaren. ‘In Kersenboogerd wonen ouderen in principe zelfstandig’ vertelt hij. ‘Wilgaerden levert alleen de zorg. Maar als je ziet, welke klachten de mensen in de thuissituatie al hebben, zowel lichamelijk als geestelijk… Dat heeft mij zeker verbaasd.’

Nu scherp aan de wind

Voor Lidy van der Schaft is de situatie herkenbaar. Het langer thuis blijven wonen van ouderen, de uitbreiding van de extramurale en het inkrimpen van de intramurale zorg, de veel intensievere zorg die medewerkers nu moeten leveren. Het is een van de belangrijkste veranderingen die ze meemaakte tijdens haar jarenlange deelname aan de RvT van Wilgaerden. ‘En daarbij komt de wijziging in de financiering. Een paar jaar geleden kregen wij extra geld uitbetaald als we meer productie draaiden dan van tevoren was afgesproken. Nu is dat niet meer zo. Dat betekent dat we als RvT scherp aan de wind moeten zeilen’ vervolgt ze. ‘Voorheen hielden we zes tot zeven ton per jaar over. Nu moeten we oppassen dat we geen tekorten krijgen. Daarom is heel belangrijk dat medewerkers de geïndiceerde zorg leveren.’  

Teveel één met organisatie

Het gesprek met de nieuwe en de oude voorzitter vindt plaats aan de keukentafel van de woning van Van der Schaft in Landsmeer. Ze spreken over het vak van toezichthouden, de veranderingen in de zorg en natuurlijk de situatie bij Wilgaerden. Van der Schaft, in het dagelijks leven lid van de directie van woningcorporatie De Key in Amsterdam, stapte onlangs na elf jaar op als lid van de RvT. Een vrij lange periode. Normaal gesproken is de termijn twee keer vier jaar. ‘Dat ik zo lang ben gebleven, had voornamelijk van doen met de visie van de toenmalige voorzitter,’ verklaart ze. ‘Een nadeel van snellere wisselingen is namelijk dat kennis die is opgebouwd verloren gaat.’ Toen ze zelf voorzitter werd, voerde ze echter de officiële termijnen weer in. ‘Als je te lang blijft, bestaat het gevaar dat je teveel één wordt met de organisatie’ legt ze uit. ‘Als toezichterhouder wordt je geacht te toetsten en op gepaste afstand heel goed naar de organisatie te kijken. Tegelijkertijd moet je ervoor zorgen dat je weet wat er speelt op de werkvloer.’

Wie is Meijers?

Meijers neemt graag Van der Schafts plaats in. Tegenwoordig heeft Meijers een eigen advies en interim-bureau. In het verleden werkte hij, onder andere, bij Achmea, het Westfriesgasthuis en Op/maat. Ook is hij toezichterhouder bij Stichting Penta, een organisatie van twaalf basisscholen in Hoorn. De zorg heeft altijd zijn belangstelling gehad. ‘Het is een thema met maatschappelijke relevantie. Het gaat over de dingen die er werkelijk toe doen. Ik heb niet de ambitie om directeur van een worstenfabriek te worden.’

In dilemma’s duiken

Kritische vragen stellen, een klankbord voor de bestuurder zijn, de bestuurder (on)gevraagd advies geven en werkgever zijn voor de bestuurder. Dat zijn kort samengevat de taken van een Raad van Toezicht. Maar het vak van toezichthouder is de afgelopen jaren erg veranderd, concluderen ze allebei. Vroeger las een toezichthouder vooral (beleids)stukken en luisterde hij/zij naar de rapportages van de directeur. Tegenwoordig kom er je niet meer met, zoals Meijers het verwoordt: ‘Een stapeltje papier doornemen en denken: wat vind ik daar nou van? Je kunt niet meer op afstand toekijken. Je zult in de dilemma’s moeten duiken, ‘ vervolgt hij. ‘Uiteindelijk komt er een keer een beleidsplan, een begroting of een jaarrekening langs waar jij als toezichthouder goedkeuring aan moet geven. En die goedkeuring kun je alleen geven als je de situatie waar daadwerkelijk zorg geleverd wordt, hebt kunnen beoordelen. Dat is nou ook juist wat toezichthouden zo leuk maakt!’

Voelen, ruiken, horen

De toezichthouders zijn dan ook regelmatig op de werkvloer te vinden. Hun taak is om signalen op te vangen die ingang bieden om het gesprek met de bestuurder goed te kunnen voeren. Zo worden de RvT-vergaderingen iedere keer op een andere locatie gepland. Vooraf laten de leden zich door de teamcoach rondleiden. Van der Schaft: ‘‘Je moet goed je zintuigen gebruiken en voelen, ruiken en horen wat er speelt. En we vragen dan bijvoorbeeld: “Hoe zit dat nou met die indicaties? Komt de productie die we draaien wel daarmee overeen?” Meijers brengt de avonddienst die hij in Kersenboogerd draaide opnieuw ter sprake. ‘Wat daar ook speelt, is dat cliënten meer van de zorgmedewerkers verwachten dan wat is afgesproken. Zij wonen zelfstandig maar hebben zelf het idee dat ze in een verzorgingshuis wonen. Ze verwachten bijvoorbeeld dat ze vermaakt worden. Dan is onze vraag aan de bestuurder: “Hoe kan het dat mensen andere zorg verwachten dan dat wij leveren? Informeren wij ze verkeerd? Zijn medewerkers niet in staat om de juiste gesprekken te voeren?” Dat zijn kwesties waar je antwoorden op zou moeten vinden.’

Open organisatie

Verder is de RvT altijd aanwezig bij (gezamenlijke) bijeenkomsten van, onder andere, de OR, de cliëntenraad, de directie en de vrijwilligersraad. ‘Ook op die bijeenkomsten kun je heel veel informatie over een organisatie halen, weet Van der Schaft. ‘Hoe reageert een OR? Durven de directieleden tegengas te geven aan de bestuurder? Durft de cliëntenraad vragen te stellen?’ Overigens zit dit bij Wilgaerden wel goed, vindt Van der Schaft. ‘Wat ik tijdens die bijeenkomsten zie, is dat er heel vrijuit gesproken wordt. Dilemma’s en problemen worden openlijk aangekaart.’ Wilgaerden, en daarmee ook Meijers, krijgen de komende jaren nog met heel wat uitdagingen te maken. Een van de grootste issues is dat er bij Wilgaerden veel medewerkers zijn die al lange tijd in de zorg werken en eigenlijk niet hebben gekozen voor de huidige intensivering van het werk. Meijers: ‘Dan zie je dat het wringt tussen wat de klant nodig heeft en wat er eigenlijk geleverd moet worden. Dan is de vraag richting de bestuurder: “Hoe ga je dat weer in balans krijgen?”’

Goed spel

Van der Schaft en Meijers zijn echter wel van mening dat Wilgaerden het spel, ondanks alle veranderingen de afgelopen jaren, goed heeft gespeeld. Ze zijn blij dat de organisatie een bestuurder heeft die lef heeft en niet altijd aangename, maar wel noodzakelijke beslissingen durft te nemen. Meijers  is ook onder de indruk van de inzet en de betrokkenheid van de medewerkers. Van der Schaft vindt dat Wilgaerden er trots op mag zijn dat de organisatie lokaal nog op zoveel plekken aanwezig is. ‘Mensen in West-Friesland kunnen er nog steeds voor kiezen om te blijven wonen in hun geboortestreek als ze ouder worden. Bovendien draaien er veel mantelzorgers en vrijwilligers mee op de locaties. Dat komt ook omdat Wilgaerden daar oog voor heeft.